Plattelandsreuring

Het is de bedoeling minstens 6 weken onafgebroken in Coulanges door te brengen. Waarom? Om te zien hoe het is om in een klein dorp in de Bourgogne te verblijven. Ver van de stad en alle reuring. Maar hier krijgt reuring een andere dimensie.

De eerste vrijdagnacht worden we opgeschrikt door dronken geschreeuw in de straat, harde muziek, ongebreideld gebral op een hoge frequentie en de sport om met gierende banden door de straat te scheuren midden in de nacht. Mij wordt geadviseerd de auto niet meer in de straat te zetten. Immers, je weet maar nooit of het dronkenmansgeleuter zich tegen een buitenlandse auto keert. Ik besluit daarop de auto niet meer in de smalle zijstraat te parkeren maar op het grote kale plein achter het huis.
Een vreemde plek vol asfalt/beton. Overblijfsel van de tweede wereld oorlog. Klein foutje van de Amerikanen die van plan waren de spoorbrug circa 100 meter verderop te bombarderen omdat de Duitsers dat spoor gebruikten voor de aanvoer van materieel en mankracht. De spoorbrug bleef in tact maar het halve dorp werd platgebombardeerd inclusief de helft van het huis waar ik nu woon en alle woningen erachter. Alle woningen rondom het kale plein zijn na de oorlog gebouwd. Het blijft een troosteloze locatie waar ik op dit moment wel mijn auto relatief veilig kan parkeren.
De vrijdag erop is het opnieuw feest in de straat. Ik ben dan inmiddels alleen in het grote huis en midden in de nacht word ik opgeschrikt door opnieuw harde rapmuziek, veel hard geschreeuw en lachen, wat ze snel zal vergaan. Een van de deelnemers aan het vrijdagse festijn vindt het nodig om het grote snelheid met zijn motor door de straat te scheuren en gaat na een aantal malen op en neer te zijn gescheurd op de hoek van de straat, net voor mijn huis, onderuit. Het lijkt erop dat hij zelf niets heeft overgehouden aan het ongeval maar zijn motor wordt de volgende dag, nadat de rest van de nacht door zes personen het gehele voorval breed is uitgemeten midden op straat, opgehaald door een mecaniciën met een aanhanger achter de auto.
De derde vrijdag is het opnieuw bal in de straat. Rond een uur of één heeft iedereen genoeg ingenomen om zich naar buiten te begeven, vier huizen verderop aan de overkant van de straat. Dan slaat de vlam in de plan en er ontstaat een gevecht tussen, naar ik vermoed, twee vrienden. De volgende paar uur wordt er uitgebreid gevochten in de straat, pal voor mijn huis. Twee mannen die verwoede pogingen ondernemen om elkaar de hersenpan in te slaan en de overige aanwezigen, circa zes personen die eveneens hun best doen om de twee voormalige vrienden uit elkaar te krijgen.
Arrêtte Matthieu!! Matthieu arrêtte!! wordt veelvuldig geschreeuwd door een vrouw van wie ik niet weet of het de moeder van een van de vechtersbazen is.
Al me al duurt het tot zeker 6 uur in de ochtend voor de rust is weergekeerd en mijn zus die nauwelijks een oog heeft dichtgedaan die ochtend de thuisreis aanvaardt.
Hooggespannen was dan ook mijn verwachting gisteren, van wat mij nu weer te wachten zou staan en dat in een dorp met nog geen 500 inwoners. Om 3 uur werd ik wakker, niet van lawaai maar omdat ik dorst had. En vanochtend werd ik zowaar om kwart voor 9 wakker, mij realiserend dat dit de eerste zaterdag is dat ik de hele nacht heb kunnen doorslapen.

Wat me echt aangrijpt in dit kleine dorp is het grote aantal “verloederde” oudere mannen dat hier rondloopt. Het is onduidelijk of zich hierin ook nog verschillende categorieën bevinden. In ieder geval is er het type die de weg behoorlijk kwijt is, mannen zoals we die ook in Amsterdam op straat kennen sinds de verzorgingsstaat is opgeheven. Deze mannen hebben echter hier wel gewoon een huis al is het hier meer een bouwval. Vorige week zal ik mijn buurman (of buurmannen want volgens mij wonen er twee mannen in dat huis) naar huis strompelen met in zijn ene hand een stok die hij nodig heeft om zich überhaupt voort te bewegen en in zijn andere hand een schoen. Hij liep op een blote voet en een schoen en was nauwelijks in staat zijn huis binnen te komen. Achter hem aan liep een schriel mannetje die hem trachtte het huis binnen te lootsen en daar dus kennelijk ook woont. Wat een triestheid.

Triester vind ik echter mijn buurvrouw aan de andere kant die al heel lang invalide is en eigenlijk fysiek geen kant op kan. Zij is echt een uitzondering want de meeste dames op leeftijd hier in het dorp lijken prima voor zichzelf te kunnen zorgen en ik zie ze dan ook zeer regelmatig de kapperszaak bij mij aan de overkant binnengaan voor een nieuwe coiffure of kleurtje. Een aantal maanden geleden overleed vrij plotseling de man van mijn buurvrouw, een heel erg aardige man die ik echt in mijn hart gesloten had. Het valt haar zwaar de eenzaamheid vertelde ze de laatste keer dat ik haar sprak. Ik spreek haar nauwelijks, ik weet niet wat ik moet zeggen en ook het niet perfect beheersen van de Franse taal vormt een enorme barrière. En ik zou zo graag gezellig met haar koffie willen drinken en praten over wat maar leuk zou kunnen zijn. Als ik stiekum uit mijn badkamerraam kijk, zie ik haar vrijwel altijd zitten in de keuken, alleen, altijd op dezelfde plek, zonder uitzicht op een ander leven.

Al dit leed in een straal van nog geen 50 meter rond mijn huis.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s